De geschiedenis begrijpen

Categorieën

  • Samenleving

Burgemeester Gert-Jan Kats sprak op maandag 4 mei tijdens Dodenherdenking. Hier lees je zijn toespraak.

Vanavond staan we stil. Net als ieder jaar op 4 mei klinken namen. Namen van mensen uit onze gemeente, uit ons land, die hun leven verloren in de Tweede Wereldoorlog. Mensen met plannen, met dromen, met mensen om hen heen die van hen hielden. Ze hadden niet gevraagd om oorlog. En toch overkwam het hen.

We hoorden net hoe de Aprilbeschietingen in 1945 aan negen Veenendalers het leven kostte. Ik neem je verder mee in dit verhaal van de jongste van hen: de 14-jarige Marinus Valkenburg.

Op 17 april 1945 werd Ede bevrijd. Maar daar stokte de bevrijding; de Polar Bears Division vond het te gevaarlijk om het overbevolkte Veenendaal aan te vallen, waar nu ook de Hollandse SS zat. Ze richtten hun kanonnen op Veenendaal en hielden de SS in de gaten. De inwoners mochten slechts tussen elf en twaalf uur ’s morgens naar buiten.

Op donderdag 19 april 1945 scheen het zonnetje en aan het begin van de middag begon het ineens hard te dreunen: Veenendaal lag onder vuur!  Het gezin Valkenburg dat in de tuin zat, rende naar de schuilkelder. Vader Evert merkte dat het gezin niet compleet was, de zonen Jan en Rinus ontbraken. Zij waren met hun karretje op zoek naar eten. Ineens hoorde hij een keiharde inslag. Een grote granaat was op een ijzeren putdeksel terechtgekomen. De daaropvolgende explosie sloeg de schuur en keuken van de familie weg.

Toen het weer rustig werd, vluchtte het gezin de Kastanjestraat op. Daar trof vader Evert de lichtgewonde Jan, volledig in tranen. Toen vader Evert zei dat hij wel weer snel zou genezen, schudde Jan het hoofd. Hij wees naar de grond en stamelde: “Marinus…”

Straks hoor je het slot van dit verhaal door een achternichtje van Marinus Valkenburg.

Dit jaar herdenken we onder het thema 'De geschiedenis begrijpen'. Dat vraagt meer dan kennis van feiten en data. Het vraagt dat we begrijpen hoe een samenleving veranderde. Hoe het moderne, beschaafde Nederland van voor 1940, stap voor stap kon afglijden naar uitsluiting, vervolging en vernietiging. Dat gebeurde niet in één nacht. Niet door één besluit. Maar door kleine stappen. Door woorden die mensen van hun menselijkheid beroofden. Door een stilzwijgende meerderheid die dacht: het zal zo'n vaart niet lopen.

En nu, tachtig jaar later, kijken we om ons heen. We zien een wereld in onrust. In Oekraïne klinken nog altijd bommen. In het Midden-Oosten sterven burgers. Op andere plekken in de wereld worden mensen vervolgd om wie ze zijn, om wat ze geloven, om wat ze durven te zeggen. De geschiedenis herhaalt zich niet letterlijk, maar de mechanismen die we kennen uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, zijn niet verdwenen. Ze dragen nieuwe namen, spreken nieuwe talen. Maar ze werken nog steeds hetzelfde.

Dat confronteert ons met een vraag die verder gaat dan 4 en 5 mei. Niet: wat zou jij hebben gedaan in de oorlog? Die vraag wekt de illusie dat we pas hoeven te handelen als de situatie identiek is aan die van toen. Maar de echte vraag is: wat doe jij nú? Vandaag. In je eigen omgeving. Op je werk, in je wijk, aan je keukentafel.

Want vrede begint niet ver weg. Vrede begint dichtbij. Bij het groeten van de buurman die er anders uitziet dan jij. Bij het uitspreken van een bezwaar als er iemand wordt buitengesloten. Bij het durven zeggen: dit klopt niet. Bij kleine daden van aandacht, van zorg, van verbinding. Het zijn ogenschijnlijk gewone gebaren, maar ze vormen het weefsel waaruit een samenleving is opgebouwd die bestand is tegen haat en angst.

De mensen die wij vanavond herdenken, leefden in een tijd waarin het te laat was voor kleine gebaren. Wij leven in een tijd waarin het nog niet te laat is. Gebruik die tijd. Wees nieuwsgierig naar de ander. Spreek uit wat je ziet. Wees aanwezig en maak contact in je buurt, in je gemeenschap, in de stad.

Zo eren we niet alleen de nagedachtenis van hen die vielen. Zo dragen we ook bij aan de wereld waarvan zij droomden: een wereld waarin ieder mens telt, ieder leven de moeite waard is en vrijheid niet vanzelfsprekend is. De actualiteit laat zien dat vrijheid telkens opnieuw vraagt om een keuze, om verantwoordelijkheid nemen, om het goede zoeken voor de ander.

Want laten we eerlijk zijn, de zorgen zijn reëel. We zien hoe democratische waarden worden uitgehold, stap voor stap, met woorden die eerst onschuldig klinken. We horen, dichtbij en verder weg, taal die complete bevolkingsgroepen wegzet, uitsluit, ontmenselijkt. Of het nu gaat om antisemitisme of om moslimhaat. En soms wordt die taal gebracht alsof het gewoon een mening is. Alsof het normaal is.

Het is niet normaal. Het is precies de taal die wij vanavond herdenken. De graven op onze erevelden zijn mede gevuld door woorden die eerst werden gesproken, voordat ze werden omgezet in daden.

Daarom: wees niet stil als je die woorden hoort. De democratie is geen vanzelfsprekendheid, maar vraagt om mensen die haar verdedigen, ook als het ongemakkelijk is. Ook wanneer het je iets kost.

Straks zijn we twee minuten stil. Twee minuten om te gedenken. Twee minuten om te voelen wat er op het spel staat én wat er van ons wordt gevraagd.

Laten we zo in stilte hen herdenken die vielen voor onze vrijheid en ons bewust zijn van wat die vrijheid vandaag voor ons betekent en van ons vraagt.

Succesvol:

Wil je elke twee weken automatisch het laatste nieuws in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.